Situationeel leidinggeven

Tijdens de training effectief leiderschap gaan we dieper in op verschillende leiderschapsstijlen en het onderwerp situationeel leidinggeven.

Er bestaan veel verschillende typeringen voor leiderschapsstijlen. Een van de bekendste modellen is het situationeel leidinggeven van P. Hersey en K.H. Blanchard. Zij maken onderscheid tussen mensgericht en taakgericht gedrag van de manager, verdeeld over vier leiderschapsstijlen: overleggen, overtuigen, delegeren en instrueren. Zij stellen dat de effectiviteit van een specifieke leiderschapsstijl verschilt per situatie. Een succesvolle manager moet zijn leiderschapsstijl kunnen aanpassen zodat deze steeds aansluit bij het competentieniveau van de individuele medewerker.

De wisselwerking tussen manager en medewerkers is cruciaal. Wanneer er onder het personeel geen draagvlak is voor de besluiten van een leidinggevende, heeft dit vergaande consequenties. Effectieve leiders zijn zich daarom bewust van hun eigen gedrag en dat van de medewerker en kiezen de juiste leiderschapsstijl bij de juiste situatie.

Om situationeel leidinggeven succesvol in de praktijk te brengen moet een leidinggevende een inschatting maken van de competenties van de individuele medewerker. Twee vragen staan hierbij centraal: in welke mate is de medewerker bereid en bekwaam om een specifieke taak te volbrengen. Bereidheid is afhankelijk van de motivatie, het zelfvertrouwen en de betrokkenheid van de medewerker. De bekwaamheid wordt bepaald door de kennis, vaardigheden en ervaring van de medewerker.

Taakgericht en relatiegericht gedrag

Bij het situationeel leidinggeven wordt leidinggeven gezien als een combinatie van taakgericht / sturend / directief / inhoudelijk gedrag en relatiegericht / ondersteunend / helpend gedrag. Op basis hiervan zijn vier verschillende leiderschapsstijlen te onderscheiden. Elke stijl past bij de specifieke competenties van de medewerker voor het uitvoeren van een bepaalde taak.

Instrueren: is van toepassing als een medewerker nog niet bekwaam is, maar wel gemotiveerd en bereid. Hij wil wel maar kan het nog niet. De leidinggevende geeft gedetailleerde instructies omtrent de uitvoering van de taak en controleert de voortgang.

Overtuigen: is van toepassing indien de medewerker niet voldoende bekwaam is en bovendien onvoldoende is gemotiveerd. Door te instrueren in combinatie met het schenken van aandacht aan de houding van de medewerker overtuigt de leidinggevende hem ervan dat hij de taak met wat oefening prima kan uitvoeren. Deze stijl is een vorm van coaching die zowel taakgericht als relatiegericht is.

Overleggen: Deze stijl wordt toegepast als een medewerker ervaren en deskundig is maar de nodige motivatie mist. Instrueren is in principe niet nodig, maar ondersteuning wel. Door een mensgerichte stijl van leidinggeven (luisteren, vragen, betrekken, complimenteren, stimuleren) probeer je de medewerker te motiveren.

Delegeren: Wanneer een medewerker gemotiveerd en kundig is kan hij zelfstandig functioneren. Een leidinggevende kan de taak delegeren, zonder daarbij veel sturing of ondersteuning te bieden.

Meer weten over situationeel leidinggeven en de training effectief leiderschap? Neem contact op voor meer informatie!

Laatste nieuws

Afgelopen week ontvingen wij voor de 5de keer de CEDEO...

20 juni 2016

Meer nieuws

Wij zijn sociaal

Freelance trainers gezocht voor de training “omgaan met lastig en/of agressief gedrag”! Bekijk snel onze vacature: https://t.co/iY1MFg2vhZ
@ReframeTilburg

Agenda

Momenteel geen agendapunten

Altijd op de hoogte

Volg ons op SocialMedia en blijf op de hoogte.

Zoeken

Zoek binnen de website...